Nieuwsbrief oktober 2017

4-10-2017

Het kan gebeuren dat u, tijdens uw antistollingsbehandeling, wordt opgenomen in het ziekenhuis voor een ingreep. Welke gevolgen dat heeft voor uw antistollingsbehandeling leest u in deze nieuwsbrief. Ook informeren wij u over de griepprik (de zomer is nu toch echt voorbij) en maken wij de prijswinnaars bekend van de actie uit de vorige nieuwsbrief.

Opname in het ziekenhuis
DOOR: ANKE KAPPERS, MEDISCHE ADMINISTRATIE

Wanneer u bent opgenomen in het ziekenhuis voor een ingreep, neemt in de meeste gevallen het ziekenhuis tijdelijk de antistollingsbehandeling over. Het hangt van meerdere factoren af wanneer u na een ingreep weer kunt beginnen met de antistollingsmiddelen, namelijk: het soort ingreep, het bloedingsrisico en eventueel gebruik van laagmoleculaire heparine injecties (LMWH-injecties).

Let op: Wanneer u het ziekenhuis verlaat, is het belangrijk dat het ziekenhuis ons inlicht over uw trombosebehandeling tijdens de periode van uw opname (doseringen, INR waarden, prikdatum etc.). Het is daarom belangrijk dat u het ziekenhuis wijst op het ''Ingrepenbrief''. Deze vindt u in uw persoonlijk dossier onder het menu-item ''Brieven''. Print deze uit en geef deze vervolgens af tijdens uw opname. Het ziekenhuis faxt ons het formulier retour zodra u het ziekenhuis verlaat. Wij zullen uw behandeling weer overnemen.

Heeft u vragen hierover? Schroom dan niet om contact met ons op te nemen middels een berichtje via uw dossier. U kunt uw bericht richten aan het doseerteam.

Hartelijk dank voor uw medewerking!|

Alles wat u moet weten over de griepprik
DOOR EDRIS NIZAMI, DOSEERARTS

Als u tot de risicogroep behoort, ontvangt u binnenkort een uitnodiging voor de griepprik. U kunt de griepprik halen bij uw huisarts. De beste tijd daarvoor is tussen half oktober en half november. De griepprik maakt de kans om griep te krijgen veel kleiner. Als u toch griep krijgt, dan verloopt de ziekte meestal minder ernstig. Bovendien verkleint de griepprik de kans op complicaties zoals een longontsteking of op verergering van uw 'eigen' ziekte of aandoening.

Griep De vaccinatie dient bij u onderhuids in plaats van in de spier plaats te vinden. Door het gebruik van antistollingsmedicatie is de kans op een bloeding bij u namelijk groter. Het is belangrijk om de griepprik niet in de spier (intramusculair), maar onderhuids (subcutaan) te laten prikken. U kunt dit doorgeven aan degene die u de injectie geeft, dit zal in de meeste gevallen uw huisarts zijn. De griepprik heeft verder geen gevolgen voor uw antistollingsbehandeling.

Griepverschijnselen en INR-bepaling
Wanneer u last heeft van griepverschijnselen is het mogelijk dat uw INR waarde fluctueert. Geef tijdig aan dat u last heeft van deze verschijnselen, het doseerteam zal vervolgens kijken of er maatregelen nodig zijn.

Vragen?
Heeft u vragen over de griepprik of over griepverschijnselen die samenhangen met uw antistollingsmedicatie? Neem dan contact met ons op via de interne berichtenservice.

Klik hier voor meer informatie over de griepprik.



Vraag en Antwoord
DOOR ZOEN HO MAN, SERVICEDESK

Heeft u onze Vraag en Antwoord al eens bekeken op onze website? Hier vindt u de antwoorden op de meest gestelde vragen over trombose en uw behandeling bij de NTD. Welke 3 vragen worden nu het meest bezocht? Hieronder de top 3.

1. Hoe bestel ik nieuwe meetmiddelen?
Heeft u nieuwe teststrips en lancetten nodig? Stuur dan een bericht aan de servicedesk vanuit uw dossier. Wij zullen u dan zo spoedig mogelijk nieuwe meetmiddelen toesturen.
Qlabs Meter Hand
2. Wat is het verschil tussen acenocoumarol en fenprocoumon?
Acenocoumarol en fenprocoumon zijn beide vitamine K antagonisten, maar hebben elk andere eigenschappen. Het verschil in deze twee medicijnen ligt in de werkingsduur. Acenocoumarol heeft een korte werkingsduur. De helft van het medicijn is 11 uur na inname al uit het bloed verdwenen. Het effect van acenocoumarol is snel bij te sturen. Fenprocoumon daarentegen, heeft juist een lange werkingsduur en is lastig bij te sturen. Het duurt 140 uur voordat de helft van het medicijn uit het bloed is verdwenen. De voorschrijvend arts kiest op basis van ervaring in combinatie met de gezondheidsprofiel welk middel het beste voorgeschreven kan worden.

3. Wat is een INR waarde?
De mate waarin het bloed stolt kan worden vastgesteld aan de hand van de stollingstijd, uitgedrukt als International Normalized Ratio (INR). Het geeft aan hoeveel langer het bloed erover doet om te stollen.

Van nature is een INR waarde rond 1; een INR waarde van 3 betekent dat het bloed 3 keer zo langzaam stolt. In plaats van na 15 seconden stolt het bloed pas na 45 seconden. Wanneer u antistollingsmiddelen slikt, zal uw INR waarde hoger worden. Hoe hoger de INR waarde, hoe langer het duurt voordat het bloed stolt. Dit is dan ook de bedoeling van uw behandeling. Nu moet uw INR waarde ook weer niet té hoog worden want dan heeft u meer kans op bloedingen. Voor elke cliënt wordt, afhankelijk van de onderliggende aandoeningen, bepaald wat de gewenste waarde van de INR waarde is, ook wel de streefwaarde.


Stapt u over van zorgverlener?
DOOR KEVIN BOS, SERVICEDESK

Stapt u over van huisarts, apotheker of andere zorgverlener? Geef dit dan aan ons door via een bericht in uw dossier zodat wij de gegevens voor u kunnen aanpassen.

Hartelijk dank voor uw medewerking!



De 5 verschillen
DOOR LINDA VAN RULER, SERVICEDESK

In de vorige nieuwsbrief heb ik u twee afbeeldingen met verschillende medicijnen laten zien. Aan u de taak om te zoeken naar de 5 verschillen. Wat hebben we een hoop reacties ontvangen. Hartelijk dank hiervoor! Hieronder vindt u de oplossing.

Zoek De Verschillen Nieuwsbrief Oplossing

Had u de verschillen gevonden?

Ingrid Pullens, Theo Gommers en Nelleke van Dam van harte gefeliciteerd! De boekenbon t.w.v. 20 euro ligt binnenkort bij u op de deurmat.

Iedereen bedankt voor het meedoen!