Trombosebeen

Een trombosebeen of diep-veneuze trombose kan zich op vele manieren uiten. De meest kenmerkende symptomen zijn: plotselinge zwelling van één been, pijn in het been of een zwaar gevoel in het been en een rode tot blauwe verkleuring van het been. Ook kan de lichaamstemperatuur licht verhogen en kan de huid ter plaatse van het been rood en glanzend zijn en gespannen aanvoelen. Echter is het niet zo dat al deze klachten aanwezig zijn bij iemand met een trombosebeen. Er zijn ook andere ziektebeelden waarbij soortgelijke klachten kunnen voorkomen, bijvoorbeeld bij aandoeningen van de spier, de huid of de gewrichten.

Belangrijk is alert te zijn op symptomen die bij een trombosebeen kunnen passen. Wanneer er geen adequate behandeling plaatsvindt, kan het gevaarlijke gevolgen hebben zoals het ontstaan van een longembolie.

Oorzaken van een trombosebeen:

  • Ouderdom
  • Gebruik van de pil
  • Immobilisatie van het been door gips (bijvoorbeeld na een botbreuk of operatie)
  • Spierblessure
  • Kanker in de voorgeschiedenis
  • Als men eerder een trombosebeen of longembolie heeft gehad
  • Ernstig overgewicht
  • Afwijking in de stolling
  • Narcose
  • Zwangerschap

De behandeling van een trombosebeen is erop gericht uitbreiding van het bloedstolsel en het ontstaan van een longembolie te voorkomen. Daarom wordt een trombosebeen behandeld met antistollingsmedicijnen. In eerste instantie door middel van heparine spuitjes door een verpleegkundige of door de patiënt zelf. Tegelijkertijd met het starten van de heparine spuitjes worden er ook tabletten (acenocoumarol) voorgeschreven. De behandeling met tabletjes kan 3 tot 6 maanden duren, afhankelijk van de oorzaak van het trombosebeen.